De tussenevaluatie laat zien dat binnen MOOI in Beweging in relatief korte tijd samenwerkingen zijn verdiept en nieuwe verbindingen zijn gelegd tussen onderzoekers, praktijkorganisaties, beleidsmakers en andere stakeholders. De netwerkvorming is een van de belangrijkste opbrengsten uit het rapport ‘MOOI naar MOOIER’ dat de DSP-groep op verzoek van ZonMw opleverde.

Met het versterken van de netwerken is meer gezamenlijk inzicht ontstaan in de aard, omvang en samenhang van de complexe maatschappelijke uitdagingen. Daarmee ontstaat een belangrijk fundament waarop kan worden voortgebouwd richting een duurzame verandering.

“MOOI in Beweging heeft vooral beweging gebracht in het netwerk: we hebben nog geen systeemverandering gerealiseerd, maar partijen werken meer samen, begrijpen de vraagstukken beter en leggen daarmee de basis voor latere verandering”, zegt een respondent.

De evaluatie is gebaseerd op een documentenanalyse en 17 verdiepende groepsgesprekken met mensen die in meer of mindere mate bij MOOI in Beweging betrokken zijn.

Doel

Het doel van deze tussenevaluatie was om te beoordelen in welke mate het programma er halverwege de looptijd in slaagt de voorwaarden te creëren waaronder duurzame systeemverandering op termijn mogelijk wordt. Een tussenbalans die de processen zichtbaar maakt, maar ook de voorwaarden en keuzes blootleggen die bepalend kunnen zijn voor het verdere verloop van het programma. Naast waardevolle input voor het huidige programma worden de uitkomsten verwerkt in een voorstel voor een vervolgprogramma, dat ZonMw aan het uitwerken is.

Belangrijkste bevindingen

  • In korte tijd is veel in gang gezet.
  • Nieuwe verbindingen tussen onderzoekers, praktijkorganisaties, beleidsmakers en andere stakeholders zijn gelegd.
  • Op het gebied van kennisontwikkeling zijn duidelijke stappen gezet. Betrokkenen geven aan dat zij dankzij het programma beter zicht hebben gekregen op de mechanismen, contexten en vraagstukken die aan de maatschappelijke uitdagingen ten grondslag liggen. Hiermee dragen de consortia aantoonbaar bij aan belangrijke voorwaarden voor systeemverandering.
  • Winst valt te behalen in de verhouding tussen onderzoek en praktijk. Zij werken vanuit verschillende logica, tempo en verwachting. Hierdoor ontstaat soms spanning rond tempo, prioriteit en eigenaarschap.
  • Een ander aandachtspunt gaat over de verwachtingen rond toepassing, borging en opschaling van kennis. Betrokkenen ervaren soms onzekerheid over de benutting van de ontwikkelde kennis die moet bijdragen aan systeemverandering.
  • Er is binnen het programma veel kennis ontwikkeld, maar deze blijft nog vaak verbonden aan individuele projecten, personen of netwerken.

De evaluatie laat zien dat de uitgangspunten van MOOI in Beweging in grote lijnen herkenbaar zijn in de uitvoering van de projecten. Praktijkvragen vormen een belangrijk vertrekpunt, verschillende perspectieven worden betrokken en er wordt actief gezocht naar impact in de praktijk en domeinoverstijgende samenwerking. Wel verschilt de mate waarin deze uitgangspunten in de praktijk tussen projecten en consortia worden gerealiseerd.

Ook blijkt uit de evaluatie dat het belangrijk is dat verantwoordelijkheden in de verschillende fasen van het programma worden verdeeld (toepassing, borging, opschaling en systeemverandering).

Programma

MOOI in Beweging draagt met onderzoek en innovatie bij aan duurzame systeemverandering in de sport- en beweegsector. Hierbij is systeemverandering geen doel op zich; met dit programma moet sport en bewegen voor iedereen vanzelfsprekend worden. In 9 samenwerkingsverbanden werken onderzoekers, praktijkpartners, beleidsmakers en andere betrokken partijen samen aan oplossingen voor 6 complexe maatschappelijke uitdagingen (wicked problems). Het programma loopt tot en met 2027.

Vervolg

De evaluatie levert belangrijke input voor het voorstel van een vervolgprogramma, dat ZonMw momenteel uitwerkt. De uitgangspunten van MOOI in Beweging worden volgens de evaluatie breed onderschreven en blijken relevant voor de aard van de vraagstukken waarop het programma zich richt.

“De belangrijkste opgave voor een vervolgprogramma is niet om opnieuw kennis te ontwikkelen, maar om beter te organiseren hoe kennis, praktijktoepassing en systeemverandering met elkaar verbonden worden”.