In februari en maart hebben we 7 van de 9 projecten bezocht. Bij elk bezoek bestond de groep uit een aantal leden van de programmacommissie en MOOI adviesraad, vergezeld door iemand van het team MOOI in Beweging. Het was een leerzame en interessante ronde langs projecten verspreid door het hele land.
Beweegreiskompas bijt de spits af
De eerste in de reeks werkbezoeken was het project Beweegreiskompas. Dit project brengt in kaart hoe de ‘beweegreis’ van bewegen in de zorg naar bewegen thuis eruit moet zien. Het doel is om concrete handvatten te ontwikkelen, zodat meer mensen duurzaam in beweging blijven en hun gezondheid versterken.

We sloten aan bij het multidisciplinair netwerkoverleg binnen Tuindorp-Oostzaan, waar o.a. verschillende paramedici, zorgverleners, buurtwerkers en stakeholders uit de wijk aanwezig waren. Ze gingen met elkaar in gesprek over samenwerking, het betrekken en bereiken van bewoners en de rol van sport en bewegen in de wijk. Daarna zoomden we in op de voortgang van het onderzoeksproject en de plannen voor de komende periode. Het werkbezoek gaf ons een goed beeld van waar het project nu staat.
Congres Good Practices – Spot On
In het Spot On project wordt gezocht naar succesvolle manieren om sportlocaties te exploiteren en benutten. Welke principes liggen ten grondslag aan sportaccommodaties die op succesvolle wijze worden benut en/of geëxploiteerd? Om deze vraag te beantwoorden zijn 28 hotspots geselecteerd. Dit zijn inspirerende voorbeelden die zich onderscheiden door innovatieve organisatievormen en bedrijfsmodellen.

We waren aanwezig bij het Congres Good Practice in Vaals. Na een toelichting op het onderzoek door projectleider Maarten van Bottenburg en de keynote van Remco Hoekman (Mulier Instituut) werden de 28 hotspots in een interactieve sessie gepresenteerd. Aansluitend werd ingezoomd op belangrijke trends, knelpunten en innovaties. Daarna gingen we in gesprek over de sportaccommodatie van de toekomst. Leuk om op deze manier een update te krijgen vanuit het project en een mooie gelegenheid om partners uit het project te ontmoeten.
SPRINTS
Binnen het SPRINTS project wordt onderzocht welke prijsstrategieën sportaanbieders kunnen gebruiken om meer mensen te laten sporten. Daarbij wordt specifiek gekeken naar de rol van financiële maatregelen, zoals kortingen en beloningen, en hoe deze kunnen bijdragen aan een hogere sportdeelname. Met als doel om meer mensen te laten profiteren van de voordelen van sport, zoals een verbeterde gezondheid en meer plezier.
We sloten aan bij het maandelijkse overleg van de werkpakketleiders op de HAN in Nijmegen. We kregen een update over het experiment waarin gratis, naschools sportaanbod voor basisschoolkinderen in Tiel-West wordt opgezet. Dit aanbod wordt samen met de scholen, de ouders én de kinderen zelf vormgegeven, zodat het aansluit bij hun wensen. Daarnaast bespraken we de voortgang van verschillende deelonderzoeken, waaronder de relatie tussen prijs en vraag en de ervaringen met financiële regelingen en prikkels om mensen te stimuleren om te gaan sporten. Een waardevol overleg met concrete stappen richting meer sportdeelname.
SportPro: sociaal management en de organisatie van sportprofessionals
Het project SportPro onderzoekt hoe professionals van sportverenigingen zich kunnen ontwikkelen tot verbinders in een complex sportecosysteem. Binnen het project staan drie typen sportprofessionals centraal: de sportparkmanager, verenigingsondersteuner en verenigingsmanager. Het onderzoek richt zich op de competenties van de sportprofessionals, de organisatie bij gemeentes en sportservice organisaties en de doorontwikkeling van hbo- en mbo-curricula en cursussen bij sportbonden.
We sloten aan bij een intervisiebijeenkomst voor verenigingsmanagers op de Sportcampus Zuiderpark in Den Haag waarbij praktijkvragen werden opgehaald. Daarna kregen we een update over de voortgang van het project en we sloten af met een rondleiding over de Sportcampus. Mooi om te zien hoe onderzoek, praktijk en onderwijs samenwerken om sportprofessionals en verenigingen in de toekomst beter te ondersteunen.

Wij(k) in Beweging
Het werkbezoek aan het project Wij(k) in Beweging, dat zich buigt over ongelijk verdeelde sport- en beweegkansen, werd gecombineerd met de studiedag van de living labs sport en bewegen. Het doel van dit project is barrières identificeren van bewoners met een lage SEP om te gaan sporten en bewegen en daar oplossingen voor te zoeken.
In een presentatie stond het doorbreken van sociale barrières voor deelname aan sport en bewegen in groepsverband voor volwassenen met een lage SEP centraal. In een werksessie daarna werd nader ingezoomd op de ervaringen op de drie locaties waar actieonderzoek op wordt gedaan. We gingen met elkaar in gesprek over hoe een systeemverandering is te bereiken. Dit met als doel dat bewegen zo toegankelijk en aantrekkelijk mogelijk wordt.

We sloten af met een reflectie op de voortgang van het project, dat zich in de fase bevindt waarin systeembarrières worden geprioriteerd en verandertheorieën worden uitgewerkt. Bewoners die in wijken met veel armoede leven blijken goed bereikbaar via informele werving, al blijft opschalen lastig en verschillen de barrières duidelijk per wijk.
ACT2ACT – Meer én beter bewegen voor 3-6-jarigen
Project ACT2ACT staat in het teken van het onderzoek naar welke factoren bijdragen aan systeemverandering en zo leiden tot meer én beter bewegen voor kinderen van 3 tot 6 jaar.
We keken mee in de bijeenkomst van de community of practice. De grote diverse groep had de taak om van de 40 goede ideeën uit eerdere sessies te komen tot uiteindelijk 1 of 2 projecten die uitgevoerd gaan worden. Dat is hard werk, soms even je eigen belang laten varen en vooral de verbinding zoeken. Mooi om te zien hoe een redelijk jonge community dit soort uitdagingen opneemt.
Het onderzoek van ACT2ACT laat mooi zien hoe verrassend anders jonge kinderen hun beweegomgeving ervaren dan wij als volwassenen. Waar wij een nieuwe speeltuin zien, ziet een jong kind soms vooral drempels. En een uitgestrekt grasveld met een voetbaldoel lijkt ideaal, maar kan voor een kleuter onveilig aanvoelen wanneer oudere kinderen er spelen.
Om die belevingswereld beter te begrijpen, werken de onderzoekers binnen het project met de Photovoice-methode. Daarbij fotograferen kinderen van 3 tot 6 jaar zelf hun eigen beweegwereld. Hun foto’s vormen vervolgens het startpunt voor gesprekken met professionals.

Hekkensluiter ASAS
Project ASAS (Actief Systeem voor een Actieve Start) heeft met uitgebreid literatuuronderzoek én door 36 gezinnen, hun omgeving en betrokken professionals te volgen, scherp in beeld gebracht waar het misgaat. Wat ooit vanzelfsprekend was, is dat niet meer: zelfs de allerjongsten bewegen steeds minder. En dat heeft grote gevolgen voor hun verdere leven. Ouders weten wel dat bewegen belangrijk is, maar verdwalen in een oerwoud van adviezen, twijfels en tegenstrijdige informatie. De komende anderhalf jaar buigt ASAS zich over de vraag welke oplossingen het hele systeem nodig heeft. Ze bouwen aan sterke netwerken die dit belangrijke thema duurzaam verder kunnen brengen.

Het bezoek aan dit project in Maastricht was de laatste in de reeks. Een inspirerende plek waar volop wordt gewerkt aan een belangrijke vraag: hoe zorgen we ervoor dat van 0 tot 3 jaar hun natuurlijke beweegdrang behouden?
Het was, zoals altijd, waardevol om een kijkje in de keuken te krijgen en met de projectleiders en onderzoekers in gesprek te gaan. Een bevlogen team dat werkt aan een onderwerp dat ieder kind raakt.
