Complexe maatschappelijke uitdagingen rond sport en bewegen kun je alleen ‘van onderop’ oplossen. De sportbonden hebben nauw contact met de lokale verenigingen. Wat dragen zij bij? En wat is de meerwaarde van onderzoek? Als eerste in een korte reeks over de betrokkenheid van sportbonden bij de projecten van MOOI in Beweging, een gesprek met Peter van Tarel van de Nederlandse Volleybalbond.
Peter van Tarel speelde ooit in de eredivisie van het Nederlandse volleybal. Toen hij daarmee stopte, ging hij bij de Nederlandse Volleybalbond (Nevobo) werken. En hij is er niet meer weggegaan. Opgeleid in Leisure Management, een hbo-opleiding voor de vrijetijdsbranche, is hij inmiddels manager Sportontwikkeling bij de bond. Van Tarel: ‘Het is een brede rol. Ik werk aan de ondersteuning van de clubs en aan de opleidingen. Ook ben ik betrokken bij de maatschappelijke projecten rond sportstimulering en bij het ontwikkelen van nieuw aanbod. Namens Nevobo zit ik bovendien in veel internationale samenwerkingen, in Europa en elders.’

Peter van Tarel
Manager Sportontwikkeling bij Nevobo
“We zijn bij veel landelijke projecten en programma’s betrokken. We denken daarin wat te kunnen inbrengen vanuit onze ervaring en ideeën. Maar we doen het ook om te leren van anderen.”
Leren van anderen
Van Tarel vindt het vanzelfsprekend om als sportbond samen te werken met een ZonMw-programma als MOOI in Beweging. ‘We zijn bij veel landelijke projecten en programma’s betrokken. We denken daarin wat te kunnen inbrengen vanuit onze ervaring en ideeën. Maar we doen het ook om te leren van anderen. Samenwerking is dé manier om te weten wat er speelt en bij wie. Of het nu het onderwijs, de commerciële sport of een andere relevante maatschappelijke sector is. Door mee te doen houd je je netwerk goed op orde.’
Professionaliseren bij clubs
MOOI in Beweging is een praktisch onderzoeksprogramma, en dat spreekt Van Tarel aan. ‘Als bond werken wij zelf weinig met wetenschappelijke onderbouwing aan de voorkant. We doen veel op basis van pragmatiek. Wat onderzoek betreft zoeken we steeds de balans tussen wat we daarin investeren en wat het kan opleveren.’ Bij het MOOI-project ‘SportPro: ervaring en organisatie van sportprofessionals in Nederland’ viel de afweging duidelijk positief uit. Van Tarel: ‘Dit gaat over professionaliseren bij de clubs en daar zijn wij zelf al ruim zes jaar mee bezig. Anderen zien dat ook en we krijgen vaak verzoeken om over onze aanpak te komen vertellen. Bijvoorbeeld bij gemeenten of bij andere bonden. We hebben veel aan het project, omdat het een mooi overzicht gaat opleveren van effectieve manieren om aan professionalisering te doen.’
‘Wij zijn er al vanaf de aanvraag bij betrokken geweest. Die was naar ons idee aanvankelijk nog te theoretisch ingestoken. Mede door onze inbreng is het onderzoek veel praktischer geworden. Waardoor de resultaten straks waarschijnlijk beter concreet bruikbaar zijn.’
Behoefte aan continuïteit
Van Tarel vertelt over de Nevobo-aanpak. ‘We bedachten: als we de contributie met een klein bedrag verhogen, kunnen we gericht sportprofessionals gaan aannemen om de clubs te ondersteunen. Met zo’n 108.000 leden keer 5 euro heb je het over een half miljoen per jaar. De clubs bleken veel behoefte te hebben aan continuïteit. Gemiddeld ververst het vrijwilligersbestand van een vereniging zich elke 3 jaar. Dan heeft het meerwaarde iemand aan te stellen om voor die continuïteit te zorgen. Een club kan bij Nevobo een aanvraag doen tot een maximumbedrag van 10.000,- euro, dat ze zelf moeten zien aan te vullen met eenzelfde bedrag.’ Er is nog een voorwaarde: een club krijgt het geld alleen als ze met de aangestelde professional minimaal 3 kleinere verenigingen in de directe omgeving ondersteunen.
Praktischer onderzoek
Het model werkt, aldus Van Tarel. Inmiddels lopen er in totaal zo’n 50 professionals bij de verenigingen rond. Wat zij doen, hangt af van de behoefte van de club in kwestie. Het kan gaan om een verenigingsmanager, een technisch specialist of een professional die nieuw aanbod ontwikkelt, licht Van Tarel toe. De aanpak heeft volgens hem de positie van de clubs verstevigd. Vroeger klopten ze aan bij de gemeente en vroegen beleefd om een bijdrage. Nu zeggen de clubs tegen de gemeente en andere partijen: dit gaan wij doen, haken jullie ook aan? Van Tarel verwacht dat sportbonden in het MOOI-project veel van elkaar gaan leren over professionalisering. ‘Wij zijn er al vanaf de aanvraag bij betrokken geweest. Die was naar ons idee aanvankelijk nog te theoretisch ingestoken. Ook zeiden we: richt je niet alleen op de grote steden, maar ook op verenigingen in de dorpen. Juist voor kleinere verenigingen kan professionalisering veel opleveren. Mede door onze inbreng is het onderzoek veel praktischer geworden. Waardoor de resultaten straks waarschijnlijk beter concreet bruikbaar zijn.’
Aanpakken vergelijken
Op basis van een inventarisatie van praktijkvragen wil het MOOI-project werken aan de competenties van sportprofessionals, aan de organisatie bij gemeenten en sportserviceorganisaties en aan de doorontwikkeling van hbo- en mbo-curricula en cursussen bij sportbonden. Van Tarel: ‘Vanuit Nevobo reiken we vooral locaties aan waar onderzoek kan worden gedaan. De clubs daar leveren informatie over wat ze doen. Voor ons als bond is het erg interessant dat er nu op een neutrale, wetenschappelijke manier wordt gekeken naar de opbrengsten van wat er bij de verenigingen gebeurt. En hoe hetgeen wij met onze aanpak bereiken zich verhoudt tot andere manieren om professionalisering te bevorderen.’
Leren van ondernemers
Voor Van Tarel is het duidelijk: de balans tussen de investering in meedoen met onderzoek en wat het oplevert, slaat vooralsnog positief uit. Nevobo doet binnen MOOI in Beweging aan meer projecten mee, bijvoorbeeld bij de thema’s maatschappelijke waarde van topsport – inclusief de bijdrage van grote evenementen daaraan – en de betaalbaarheid van sport. ‘Ook op dat gebied zijn wij al jaren bezig en zijn we ook nieuwsgierig. Omdat je in onderzoek veel andere partijen ontmoet, blijft het leerzaam. Neem de aanpak in de fitnessbranche. Leden van een sportschool kunnen vaak een bekende gratis als introducé meenemen. Van ondernemers leren we dat zoiets veel nieuwe leden oplevert. Dat zou ook heel goed kunnen passen in het businessmodel van een sportvereniging. Het levert je uiteindelijk meer op dan het kost, zeggen sportondernemers.’
Met praktijkkennis bijdragen aan onderzoek
Wat zou Nevobo verder nog kunnen bijdragen aan de maatschappelijke doelen van MOOI in Beweging? Van Tarel: ‘Ik wil niet een té grote broek aan trekken, dus ik denk dat onze inbreng vooral zit in het aanreiken van praktijkkennis over wat werkt en wat niet.’ Een duidelijke droom heeft hij intussen nog wel. Namelijk dat de volleybalsport inclusiever wordt, ook voor mensen in een lagere sociaaleconomische positie (SEP). ‘We doen mee met een leiderschapsprogramma in lage SEP-wijken. De maatschappelijke organisaties daar nemen het voortouw, en wij haken aan met ons volleybalaanbod. Zo werkt het denk ik het beste. Dus dat de mensen ter plekke in the lead zijn, waarbij wij op hún vragen kunnen ingaan. En niet andersom.’


Betrokken bij projecten
Nevobo is betrokken bij het project SportPro en ook bij de thema’s ‘Vergroten en zichtbaar maken van de waarde van topsport‘ en ‘De betaalbaarheid van sport staat onder druk‘.
