Het mbo speelt een cruciale rol bij het opleiden van vakmensen die ervoor zorgen dat Nederlanders sporten en bewegen. Binnen practoraten doen studenten, docenten en het werkveld ook op dit gebied samen praktijkgericht onderzoek. Het doel is om kennis te ontwikkelen, innovatie te stimuleren en studenten op te leiden tot professionals die vernieuwend werken.

Cruciale rol mbo

Ze zijn straks zweminstructeur, fitnesstrainer of bijvoorbeeld buurtsportcoach. Maar ook studenten die zorgverlener willen worden, zullen mensen helpen om meer te bewegen. Het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) speelt een cruciale rol bij het opleiden van professionals die in de sport, beweegsector of het sociale domein gaan werken. Zij brengen Nederland in beweging. Het is belangrijk dat de opleidingen met nieuwe kennis antwoorden kunnen bieden voor de uitdagingen van de samenleving.

Het practoraat en praktijkgericht onderzoek

Lange tijd was er geen structuur om als mbo-instelling praktijkgericht onderzoek te doen. Tot in 2012 het eerste practoraat werd opgericht. Daarbij vormen docenten en studenten van een mbo-instelling met het werkveld een expertisecentrum om, onder leiding van een practor, binnen een thema samen kennis en innovaties te ontwikkelen en toe te passen. ‘Het is onderzoek waarbij vraagstukken uit het werkveld en onderwijs worden opgepakt’, legt Daniëlle van den Bijgaart-Pol van het practoratenplatform Sport en Bewegen uit. ‘Het is een snelgroeiende beweging. In het hele land zijn er 135 actieve practoraten, die vele kennisgebieden omvatten’, zegt Marjolijn Postmaa, projectleider bij de stichting Practoraten.

Practoraten voor sport en bewegen

Momenteel zijn er in totaal 10 practoraten op het gebied van sport en bewegen, waarvan 6 in ontwikkeling. Deze richten zich op thema’s zoals vitaliteitsociaal veilige sportinclusie en de integratie van exergaming (waarbij beweging en gaming worden gecombineerd) en neurofeedback (een technologie waarmee hersenactiviteit kan worden gemeten en bijgestuurd). Vanuit het ZonMw-programma MOOI in Beweging, dat oplossingen zoekt voor maatschappelijke vraagstukken rond sport en bewegen, en Sportinnovator wordt ingezet op de ontwikkeling van practoraten. Onder andere door vorig jaar subsidie uit te zetten voor de verkenning voor het oprichten van een practoraat sport en bewegen. ‘Voor oplossingen voor deze maatschappelijke vraagstukken heb je het mbo, dat zo’n mooie brugfunctie heeft tussen onderwijs en praktijk, nodig. Met het practoraat hopen we daar een bijdrage aan te leveren’, aldus Van den Bijgaart-Pol. Met haar collega Marcia Smeding geeft ze zelf als practor leiding aan het practoraat Sociaal Veilige Sport.

Een nieuw platform

ZonMw en Sportinnovator stelden daarnaast een budget beschikbaar voor de verdere ontwikkeling van een practoratenplatform. In december 2025 werd het practoratenplatform Sport en Bewegen opgericht. In dit landelijke netwerk werken de aangesloten practoraten op vele terreinen samen. ‘We hebben een kennis- en innovatieagenda opgesteld, waardoor we een beeld hebben waar iedereen aan werkt, wat urgent is en waar de hiaten zitten’, legt Van den Bijgaart-Pol uit.

Samenwerken in plaats van concurreren

‘Het platform helpt mbo-instellingen om over de grenzen van hun eigen opleidingen heen te kijken. De practoraten steunen elkaar door elkaars expertise te benutten en samen op te trekken in grote landelijke projecten, in plaats van te concurreren. Dat is een groot pluspunt’, stelt Postmaa. Ze vervolgt: ‘Complexe vraagstukken over gezondheid en gedrag in de samenleving kun je namelijk nooit met één opleiding of vakgebied in je eentje oplossen. Het platform zorgt ervoor dat bestaande en nieuwe practoraten niet allemaal zelf het wiel hoeven uit te vinden. Zo kunnen ze direct van elkaar leren en versnellen’, aldus Postmaa.

Praktische ondersteuning

Stichting Practoraten geeft ondersteuning bij de opstart en inrichting van nieuwe practoraten, onder andere met het schrijven van een plan. Het platform practoraten helpt dan weer practoraten gericht op sport en bewegen met het aanvragen van subsidies. Verder wordt gewerkt aan grotere zichtbaarheid van deze practoraten. De uitkomsten van onderzoek worden bijvoorbeeld gepresenteerd op de Dag van het Sportonderzoek.

Beter sport- en beweegklimaat

‘Met de practoraten richten we ons vaak op hoe-vragen. Hoe kunnen we iets beter aanpakken zodat het in de praktijk werkt en de samenleving er iets aan heeft. Denk bijvoorbeeld aan oplossingen voor aandachtswijken waar bewoners minder sporten’, vertelt Van den Bijgaart-Pol. Postmaa vult aan: ‘Professionals in het werkveld – zoals sportbonden, gemeenten en verenigingen – krijgen direct bruikbare handvatten en adviezen om het sport- en beweegklimaat in de buurt te verbeteren.’

Winst voor studenten

Ook studenten hebben veel baat bij de practoraten, die eraan bijdragen dat het mbo zich nog meer vernieuwt. ‘Het praktijkgerichte onderzoek leidt ertoe dat het curriculum wordt aangepast aan de nieuwste inzichten’, zegt Bijgaart-Pol. ‘Studenten merken dat hun lessen altijd actueel zijn en dat ze zelf leren om met een open, onderzoekende houding naar hun werk te kijken. Studenten worden opgeleid tot de vernieuwende vakmensen van de toekomst’, aldus Postmaa. Ze wijst erop dat de docent-onderzoekers binnen de practoraten ‘een enorme boost in hun professionele ontwikkeling’ krijgen.

De kennisketen versterken

De practoraten versterken met nieuwe inzichten ook de kennisketen, zegt Van den Bijgaart-Pol. ‘We positioneren de practoratenplatforms bewust als strategische partners binnen de landelijke kenniswereld. Vroeger werd het mbo nog wel eens overgeslagen bij wetenschappelijk of hbo-onderzoek. Maar het platform fungeert nu als één helder, centraal aanspreekpunt voor externe kennisinstituten. Wij zorgen voor de onderlinge verbinding, zodat het mbo een gelijkwaardige plek heeft in het onderzoek naar sport en bewegen’, zegt Postmaa.

Wensen voor de toekomst

Er is een stevige start gemaakt met de practoraten sport en bewegen. Voor de toekomst zijn er nog vele wensen. ‘De stip op de horizon is een structurele vergoeding voor practoraten. Want nu hangt het vaak nog te veel van subsidies aan elkaar’, zegt Postmaa. Van den Bijgaart-Pol hoopt dat ‘de beweging met practoraten als schakel om vraagstukken op te lossen, in een stroomversnelling kan komen. Om met elkaar verder te bouwen aan wat werkt bij de maatschappelijke uitdagingen op het gebied van sport en bewegen.’

Subsidieronde praktijkgericht onderzoek

ZonMw heeft een nieuwe subsidieronde uitgezet voor praktijkgericht onderzoek gekoppeld aan de maatschappelijke uitdagingen van MOOI in Beweging door practoraten Sport en Bewegen. Een belangrijk uitgangspunt is dat de projecten zich richten op de student als toekomstige professional. Daarmee dragen de onderzoeken bij aan kennisontwikkeling en de opleiding van de volgende generatie vakmensen.