In de reeks artikelen over de samenwerkingspartners van MOOI in Beweging, deze keer partner het Watertorenoverleg. Het Watertorenoverleg is een consortium van kennisinstellingen rond sport en bewegen. Wetenschap voor de samenleving, dat is hun inzet. In het vierde artikel in de reeks over samenwerking vertelt voorzitter Koen Lemmink over de meerwaarde van de samenwerking met MOOI in Beweging.

Ooit was Koen Lemmink leraar lichamelijke opvoeding in het Groningse. Al tijdens de opleiding wilde hij veel meer weten over de wetenschappelijke achtergronden van sport en bewegen dan de Academie Lichamelijke Opvoeding aanbood. Hij maakte de sprong naar Bewegingswetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen, waar hij tot de eerste lichting studenten behoorde. ‘Vanaf 2007 mocht ik als lector aan de Hanzehogeschool Groningen praktijkgericht onderzoek in de sport op de kaart helpen zetten. Nu werk ik als hoogleraar en afdelingshoofd aan het UMCG en de Rijksuniversiteit Groningen, waar we inmiddels zo’n 850 studenten bedienen met bachelor- en masteropleidingen in sport en bewegen.’
Samenwerken in onderzoek
Lemmink heeft zijn sporen in de sport- en bewegingswetenschap verdiend. Het voorzitterschap van het Watertorenoverleg past hem goed. Het is een consortium waarin universiteiten, hogescholen en universitair medische centra samenwerken aan onderzoek in het kader van de Nationale Wetenschapsagenda Sport en Bewegen van NWO. Mensen vragen Lemmink vaak waar de naam vandaan komt. Die verwijst naar de allereerste – en vanwege de kosten meteen ook de laatste – locatie waar de initiatiefnemers bij elkaar kwamen, legt hij uit. ‘We waren met enkele collega’s van universiteiten mee geweest met een handelsmissie naar Japan. Tijdens een boottochtje kwamen we in gesprek: kunnen we als onderzoekers niet veel meer bereiken als we gaan samenwerken? Je kunt kennis en ervaringen beter uitwisselen en staat sterker in je relatie met onderzoeks financierders. Samen aanvragen doen, je krachten bundelen in projecten, samen publiceren.’

Koen Lemmink
Hoogleraar UMCG en Rijksuniversiteit Groningen
“ZonMw had echt een punt dat samenwerking tussen verschillende stakeholders nodig was voor serieuze impact.”
Geld voor sportonderzoek
Dat het consortium zich in de loop der jaren stevig heeft uitgebreid, is voor Lemmink een signaal dat de wereld van sport- en bewegingsonderzoek ziet hoe belangrijk samenwerken is. ‘Dat we nu als Watertorenoverleg een eigen “route” in de Nationale Wetenschapsagenda (NWA) vormen, komt echt doordat we zijn gaan samenwerken. Zo’n positie biedt veel kansen om de onderzoeksprogrammering mede vorm te geven, want NWO vraagt de NWA-routes steeds als eerste om input voor relevante thema’s voor calls. Zo hebben we onderzoek naar het meten en beïnvloeden van de biologische leeftijd kunnen agenderen (NWA-call Onderzoek op Routes door Consortia Jonger door sport, beweging en voeding, red.). De kalenderleeftijd op zich is niet een heel goed criterium voor fitheid; iemand van 50 kan lichamelijk veel ‘ouder’ zijn dan een vitale 70’er. Als je iemands biologische leeftijd weet – de conditie van organen en fysiologische systemen – kun je beweeg- en voedingsinterventies op maat aanbieden.’
Meer impact
De duidelijke meerwaarde van samenwerken was ook reden om als Watertorenoverleg partner te worden in MOOI in Beweging vervolgt Lemmink. ‘Er was bij ZonMw al een onderzoeksprogramma Sport en Bewegen. Maar dat was sterk vanuit de wetenschap gestuurd. De kennis kwam nog te weinig terecht bij de gebruikers – sporters, professionals, beleidsmakers, burgers. ZonMw had echt een punt dat samenwerking tussen verschillende stakeholders nodig was voor serieuze impact. Het paste ook uitstekend bij ons motto ‘Science Opens up to Society’ om hierbij aan te haken. En het veld van de wetenschap te helpen koppelen aan de andere relevante partijen.’
Grote uitdaging
Lemmink ziet dat de onderlinge samenwerking steeds meer vruchten afwerpt. Hij is enthousiast over de ontwikkeling van practoraten in het mbo, die net als de hbo-lectoraten praktijkonderzoek en beroepsonderwijs met elkaar verbinden. ‘In combinatie met wetenschap kun je zo de kennisontwikkeling een grote impuls geven. Maar dan ben je er nog niet. De grote uitdaging is om al die kennis ook daadwerkelijk impact te laten hebben in de praktijk. Daar heb je de gemeenten voor nodig, maatschappelijke organisaties, het bedrijfsleven, de zorg, het sociaal domein. En de burger zelf. Je kunt vanuit de wetenschap een mooie beweeginterventie voor schoolkinderen ontwikkelen. Maar als je onderwijs, ouders en gemeenten niet aan boord hebt, gebeurt er niets. Het is daarom heel goed dat de zes ‘complexe maatschappelijke uitdagingen’ van MOOI in Beweging samen met de praktijk zijn gekozen en uitgewerkt. En dat alle relevante partijen nu in brede consortia aan die uitdagingen werken. Het gaat om systeemveranderingen en die realiseer je alleen maar met elkaar.’
Gemeenschappelijk belang
Lemmink beseft dat deze aanpak met brede consortia een lange aanloop heeft gehad. ‘Breng bijvoorbeeld maar eens bedrijven, die geld moeten verdienen, samen met wetenschappers die willen publiceren. Dat kan alleen als iedereen beseft dat je een gemeenschappelijk belang hebt.’ De partners in het Watertorenoverleg zijn bij alle zes thema’s van MOOI in Beweging aangehaakt, vervolgt Lemmink. ‘Vanuit ieders achterban hebben experts meegedacht om de maatschappelijke uitdagingen te definiëren en relevante vragen voor onderzoek te bedenken. Binnen de uitgezette calls van MOOI in Beweging hebben leden van het Watertorenoverleg zich ook weer aangesloten bij een aantal consortia. Zo kunnen zij daarin met onderzoek bijdragen.’
Verbindingen leggen
Hoe verhoudt zich nu het NWA-onderzoek (met NWO als financier) met MOOI-onderzoek (door ZonMw uitgezet)? Lemmink: ‘MOOI-onderzoek is vanuit een breder maatschappelijk perspectief ingestoken, terwijl NWA-thema’s meer uit de wetenschap zelf voortkomen. De grote uitdaging – en ik zie het steeds meer gebeuren – is om vanuit die verschillende aanvliegroutes de verbinding te leggen. Het voordeel van de NWA-thema’s is de sterkere focus – en daardoor grotere budgetten en een langere looptijd. Binnen MOOI in Beweging heb je dan weer die sterkere verbinding met de praktijk, waardoor er veel ruimte en aandacht is voor de implementatie van kennis.’

Koen Lemmink
Hoogleraar UMCG en Rijksuniversiteit Groningen
“Binnen MOOI in Beweging heb je dan weer die sterkere verbinding met de praktijk, waardoor er veel ruimte en aandacht is voor de implementatie van kennis.”
Blijven leren van elkaar
Volgens Lemmink zijn er veel kansen voor een onderlinge versterking. ‘Neem het onderzoek naar het meten en beïnvloeden van de biologische leeftijd. Ik zie een mooie combinatie voor de komende jaren met MOOI-projecten rond het thema sport en bewegen in de gezondheidszorg. Denk aan de ‘beweegreis’ die daarin centraal staat. Kennis over biologische leeftijd kan helpen om zo’n reis nog meer te personaliseren.’ Het spannendst vindt Lemmink nog wel de continuering van alles wat de consortia nu opbouwen. ‘Ik hoop dat de samenwerking ook na de projectperiode van MOOI in Beweging blijft bestaan. Samenwerking klinkt vanzelfsprekend, en niemand is ertegen. Maar je moet er echt in willen investeren. En bereid zijn te blijven leren van elkaar.’
”Ik hoop dat de samenwerking ook na de projectperiode van MOOI in Beweging blijft bestaan. Samenwerking klinkt vanzelfsprekend, en niemand is ertegen. Maar je moet er echt in willen investeren. En bereid zijn te blijven leren van elkaar.”
– Koen Lemmink
Colofon
Tekst: Marc van Bijsterveldt (februari 2025)
Foto: Andrea Bots fotografie
Koen Lemmink is hoogleraar Sportwetenschap en afdelingshoofd Bewegingswetenschappen aan het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) en de Rijksuniversiteit Groningen (RUG). Hij is voorzitter van het Watertorenoverleg dat werkt aan de Nationale Wetenschapsagenda Sport & Bewegen, met als motto Science Opens up to Society. Lemmink zit in de adviesraad van MOOI in Beweging.